HET KERSTEVANGELIE

Toelichting op het Bijbelse kerstverhaal

Het kerstverhaal is al meer dan 2000 jaar oud. Aan het einde van de eerste eeuw van onze jaartelling is het opgeschreven. De schrijvers behoorden tot de directe kring van Jezus Christus. Zij worden in de Bijbel evangelisten genoemd.

Evangelisten vertelden over het goede nieuws (in het Grieks: eu aggelion = goed nieuws). Het goede nieuws dat Jezus Christus naar de aarde was gekomen om de wereld te redden. Een vers in de bijbel dat dit kernachtig samenvat, zegt: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat hij zijn enige zoon gegeven heeft om ons te redden en ons niet verloren te laten gaan.”

Met kerst staan we stil bij de komst van Jezus Christus in onze wereld. De verschillende evangelisten (in de Bijbel kennen we vier evangelisten: Mattheüs, Marcus, Lukas en Johannes) in de Bijbel vertellen er allemaal op hun eigen wijze over.

Hieronder kun je het kerstverhaal lezen en alles wat er aan dit kerstverhaal vooraf gaat.

In de versie van het Lucas evangelie zul je geen herberg(ier) of drie wijzen tegenkomen, want alleen Mattheüs schrijft hier over.

Wil je meer weten over het ontstaan van ‘ons kerstverhaal’ in relatie tot het verhaal van de afzonderlijke evangelisten, bekijk dan eens dit korte filmpje:

Youtube filmpje over het ontstaan van het kerstverhaal

bijbel-app 

Het kerstverhaal volgens Lucas in de Bijbel in Gewone Taal (2014), van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG). Wat er vooraf gebeurde:

Aan de lezer,

Ik schrijf dit boek voor u. Zo kunt u zelf lezen dat het waar is wat ze u verteld hebben. Het boek gaat over Jezus en over alles wat er met hem gebeurd is. We kennen de verhalen dankzij de mensen die erbij waren. Zij hebben het goede nieuws doorverteld.

Ik heb besloten om alle gebeurtenissen op te schrijven. Er zijn al eerder boeken geschreven over Jezus, maar ik heb alles precies uitgezocht. En ik begin bij het begin.

De geboorte van Johannes de Doper (zoon van Zacharias en Elisabet)

Toen Herodes koning was van Judea, was er een priester die Zacharias heette. Hij hoorde bij de priestergroep van Abia. Zijn vrouw heette Elisabet. Ook zij kwam uit een familie van priesters. Zacharias en Elisabet waren eerlijke mensen die zich heel precies hielden aan alle wetten van God. Ze waren al oud. En ze hadden geen kinderen, omdat Elisabet die niet kon krijgen.

Op een keer was de priestergroep van Zacharias aan de beurt om in de tempel te werken. De priesters gingen met elkaar loten om te bepalen wie het offer moest brengen. Zo deden ze dat altijd. Het lot wees Zacharias aan, en hij ging de heilige zaal van de tempel binnen.

Terwijl Zacharias het offer bracht, stonden er buiten veel mensen te bidden.

Opeens zag Zacharias een engel van de Heer. De engel stond aan de rechterkant van het altaar. Zacharias schrok en werd bang. Maar de engel zei: ‘Je hoeft niet bang te zijn, Zacharias. God heeft naar je gebed geluisterd. Je vrouw Elisabet zal een zoon krijgen. Je moet hem Johannes noemen. Je zult blij en gelukkig zijn, en zijn geboorte zal veel mensen blij maken. Want hij zal een belangrijke dienaar van God zijn. Daarom zal hij geen wijn of bier drinken. En al voor zijn geboorte zal de heilige Geest in hem zijn.

Johannes zal ervoor zorgen dat veel Israëlieten God weer gaan gehoorzamen. En hij zal in alles wat hij doet en zegt, lijken op de profeet Elia. Johannes zal komen voordat de Heer komt. Hij zal zorgen dat ouders en kinderen weer goed met elkaar omgaan. En hij zal slechte mensen leren om goed te leven. Zo zal hij het volk van Israël klaarmaken voor de komst van de Heer.’

Zacharias zei tegen de engel: ‘Hoe weet ik of dat waar is? Ik ben al oud, en mijn vrouw ook.’ Toen zei de engel: ‘Ik ben de engel Gabriël. Ik ben altijd dicht bij God. En nu heeft God mij gestuurd om je dit goede nieuws te vertellen. Maar jij gelooft niet wat ik je verteld heb. Daarom zul je niet meer kunnen praten tot de dag dat het gaat gebeuren.’

Buiten stonden de mensen op Zacharias te wachten. Ze vonden dat hij heel lang in de tempel bleef. Eindelijk kwam Zacharias naar buiten. Maar hij kon niet meer praten. Hij kon alleen maar gebaren maken met zijn handen. Toen begrepen de mensen dat hij in de tempel iets bijzonders meegemaakt had.

Toen Zacharias klaar was met zijn werk in de tempel, ging hij naar huis. Kort daarna werd Elisabet zwanger. Vijf maanden lang bleef ze binnen. Ze zei: ‘De mensen vonden mij niets waard omdat ik geen kinderen kon krijgen. Maar de Heer heeft ervoor gezorgd dat ik zwanger geworden ben. De Heer is goed voor mij!’

De aankondiging van de geboorte van Jezus 

God stuurde de engel Gabriël naar Nazaret, een stad in Galilea. Elisabet was toen zes maanden zwanger. De engel ging naar Maria, een jonge vrouw die zou gaan trouwen met Jozef. Jozef kwam uit de familie van koning David. De engel zei tegen Maria: ‘Ik groet je, Maria. God heeft jou uitgekozen. Hij zal bij je zijn.’Maria schrok van de woorden van de engel. Ze vroeg zich af wat hij bedoelde.

Toen zei de engel tegen Maria: ‘Je hoeft niet bang te zijn, Maria. God heeft je uitgekozen voor iets moois. Je zult zwanger worden en een zoon krijgen. Je moet hem Jezus noemen. Jezus zal heel belangrijk zijn, hij zal Zoon van de allerhoogste God genoemd worden. En God, de Heer, zal hem koning maken, net zoals zijn voorvader David dat was. Jezus zal voor altijd koning van Israël zijn. Aan zijn macht komt geen einde.’

Maria zei tegen de engel: ‘Maar ik slaap nog niet met een man. Hoe kan ik dan zwanger worden?’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal bij je komen. En door de kracht van de allerhoogste God zul je zwanger worden. Daarom zal jouw kind bij God horen, en zal hij Zoon van God genoemd worden. Ook je familielid Elisabet krijgt een zoon. Iedereen dacht dat zij geen kinderen kon krijgen. Maar nu is ze al zes maanden zwanger, terwijl ze toch al oud is. Voor God is alles mogelijk!’ 38 Maria zei: ‘Ik wil God dienen. Laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel weg.

Maria gaat op bezoek bij Elisabet

Maria ging snel op reis. Ze ging naar het bergland van Judea, naar de stad waar Zacharias en Elisabet woonden. Ze ging hun huis binnen en groette Elisabet. Toen Elisabet de stem van Maria hoorde, trappelde het kind in haar buik. De heilige Geest kwam in Elisabet, en zij riep naar Maria: ‘Jij bent gezegend, meer dan alle andere vrouwen! En ook het kind dat je krijgt, zal gezegend zijn!’ Elisabet zei verder: ‘De moeder van de Heer is bij mij op bezoek. Wat een eer! Toen ik je stem hoorde, voelde ik het kind in mijn buik. Het trappelde van vreugde. Jij bent gezegend, Maria. Want jij geloofde dat God zou doen wat de engel je vertelde.’

Toen zei Maria: ‘Ik geef alle eer aan God. Ik juich voor hem,hij is mijn redder. Hij koos mij uit, mij, een heel gewoon meisje. Nu zal iedereen over mij zeggen: ‘Zij is gezegend.’

Want God, die machtig is en heilig, heeft iets geweldigs met mij gedaan. Aan mensen die naar hem luisteren, geeft hij zijn liefde, nu en altijd. God heeft zijn kracht laten zien: Trotse mensen jaagt hij weg en koningen pakt hij hun macht af. Maar gewone mensen maakt hij belangrijk.

Arme mensen geeft hij veel, maar rijke mensen krijgen niets. God is zijn liefde voor Israël niet vergeten. Daarom helpt hij zijn volk. Dat had hij al beloofd aan onze voorouders, aan Abraham en aan iedereen die na hem kwam.’

Maria bleef drie maanden bij Elisabet. Daarna ging ze terug naar huis.

De geboorte van Johannes de Doper

Toen kwam het moment dat Elisabets kind geboren werd. Ze kreeg een zoon. Haar buren en familie hoorden het nieuws. Ze waren blij en zeiden tegen elkaar: ‘Wat is God goed geweest voor Elisabet!’Een week later werd het kind besneden. De mensen die erbij waren, wilden hem Zacharias noemen. Want dat was de naam van zijn vader. Maar Elisabet zei: ‘Nee, hij moet Johannes heten.’ De mensen zeiden: ‘Johannes? Maar zo heet niemand in jullie familie!’ Met gebaren vroegen ze aan Zacharias hoe hij het kind wilde noemen. Toen pakte Zacharias een schrijfbordje en schreef daarop: ‘Het kind heet Johannes.’ Iedereen was verbaasd. Meteen daarna kon Zacharias weer praten, en hij dankte God.

Alle mensen die in de buurt woonden, waren diep onder de indruk. En in heel het bergland van Judea vertelden de mensen elkaar wat er gebeurd was. De mensen dachten: Hoe zal het verdergaan met dit kind? Want het was duidelijk dat God een bijzonder plan met hem had.

Toen kwam de heilige Geest in Zacharias. Hij liet Zacharias het volgende zeggen:

‘Alle eer aan de Heer, de God van Israël! Hij is gekomen om zijn volk te bevrijden. Hij heeft ons een machtige redder gegeven, uit de familie van koning David.

Lang geleden heeft God al beloofd: ‘Ik zal jullie redden van je vijanden en van iedereen die jullie haat.’ Dat hebben de profeten gezegd tegen onze voorouders. Zo toonde God aan hen zijn liefde, hij is zijn heilige belofte niet vergeten.

God beloofde aan Abraham, onze voorvader, dat hij ons zou redden van onze vijanden. Hij wil dat we hem trouw dienen, met heel ons hart, zonder bang te zijn. We mogen bij hem zijn, ons leven lang. En jij, Johannes, bent straks een profeet van de allerhoogste God. Want jij zult de weg klaarmaken, zodat de Heer kan komen. Jij zult de mensen vertellen dat ze gered kunnen worden.

Want God wil hun fouten vergeven. Omdat God zo veel van ons houdt, zal hij het hemelse licht naar ons sturen. Dat licht zal schijnen op iedereen die leeft in het donker, in de schaduw van de dood. Dat licht zal ons de weg wijzen naar vrede.’

Johannes groeide op, en de heilige Geest maakte hem sterk. Hij leefde in de woestijn, totdat hij begon met de taak die God hem gegeven had.

De geboorte van Jezus

In die tijd werd er een bevel van keizer Augustus bekendgemaakt. Hij wilde alle inwoners van het Romeinse rijk laten tellen. Het was de eerste keer dat dit gebeurde. Het was in de tijd dat Quirinius de provincie Syrië bestuurde. Iedereen moest geteld worden in de plaats waar zijn familie vandaan kwam. Daarom gingen alle mensen op reis.

Ook Jozef moest op reis. Hij ging van Nazaret in Galilea naar Betlehem in Judea. Want hij kwam uit de familie van David, en David kwam uit Betlehem. Jozef ging samen met Maria naar Betlehem. Maria zou met Jozef gaan trouwen, en ze was zwanger.

Toen Jozef en Maria in Betlehem waren, werd het kind geboren. Het was Maria’s eerste kind, een jongen. Maria wikkelde hem in een doek, en legde hem in een voerbak voor de dieren. Want er was voor hen nergens plaats om te slapen.

Die nacht waren er herders in de buurt van Betlehem. Ze pasten buiten op hun schapen.

Opeens stond er een engel tussen de herders, en het licht van God straalde om hen heen. De herders werden bang. Maar de engel zei: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws. Het hele volk zal daar blij mee zijn. Vandaag is jullie redder geboren: Christus, de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de stad van David. En zo kunnen jullie hem herkennen: het kind ligt in een voerbak en is in een doek gewikkeld.’

En plotseling was er bij de engel een hele groep engelen. Ze eerden God en zeiden: ‘Alle eer aan God in de hemel. En vrede op aarde voor de mensen van wie God houdt.’

Daarna gingen de engelen terug naar de hemel. De herders zeiden tegen elkaar: ‘Kom, we gaan naar Betlehem. Want God heeft ons verteld wat er gebeurd is. Laten we gaan kijken.’

Ze gingen meteen naar Betlehem. Daar vonden ze Maria en Jozef, en in een voerbak lag het kind. Toen de herders het kind zagen, vertelden ze wat de engel over hem gezegd had. Iedereen die het hoorde, was verbaasd over het verhaal van de herders. Maria probeerde te begrijpen wat het betekende. Ze bleef nadenken over wat de herders gezegd hadden.

De herders gingen terug naar hun schapen. Ze eerden God en dankten hem voor alles wat ze gezien en gehoord hadden. Want alles was precies zoals de engel gezegd had.

Een week later werd het kind besneden. Maria en Jozef noemden hem Jezus. Dat was de naam die de engel genoemd had, nog voordat Maria zwanger was.